Een blog van SESAM-adviseur Annet Schreurs.
“Hoe kan ik de samenwerking met die vereniging verbeteren?” vraagt een welzijnswerker mij. Wat hij precies bedoelt? Nou, die vereniging wil haar leden niet naar de activiteiten sturen die hij organiseert. Ze maken er alleen melding van in het verenigingsblad. Dat is een interessante visie.
De leden zijn toch vrij om dan al dan niet te komen? Dat is zo, maar de activiteiten overlappen elkaar en blijkbaar geven de meeste verenigingsleden de voorkeur aan die van hun eigen club. Niet zo vreemd, lijkt mij. Het lijkt meer op concurrentie dan samenwerking.
“Het wordt steeds moeilijker om voldoende gasten voor onze bijeenkomsten te krijgen”, verzucht een bestuurslid van een gerenommeerde vrijwilligersorganisatie. “Er wordt zoveel voor hen georganiseerd dat ze steeds moeten kiezen.”
De vrijwilligers van de Wensbus zorgen ervoor dat men tegen een bescheiden prijs vervoert kan worden. “We hebben nu een nieuw project, we gaan onze passagiers ook gezellige bijeenkomsten aanbieden”, vertelt een vrijwilliger enthousiast.
Al die organisaties zijn ook driftig op zoek naar vrijwilligers. “Maar ja, we vissen allemaal in dezelfde vijver”. Blijkbaar is het niet alleen de potentiële vrijwilligersvijver waarin gezamenlijk gehengeld wordt, maar ook de doelgroepvijver.
Zou het niet handiger zijn om de (vrijwilligers)krachten meer te bundelen en echt samen te werken? Zodat er eerst gekeken wordt naar wat er al is, voordat men iets nieuws gaat ontwikkelen? Zodat activiteiten niet concurrerend maar aanvullend zijn? Zodat de Wensbus mensen vervoert naar evenementen en die niet ook nog zelf gaat organiseren?
Dat vraagt om een andere vorm van subsidiering waarbij de nadruk ligt op samenwerking en complementariteit en niet alleen op aantallen bezoekers. Dat vraagt van welzijnsorganisaties én van vrijwilligersorganisaties dat ze over hun eigen schaduw heen kunnen springen. Een uitdaging!